Dit is het vervolg van "Waar is Murphy part 1" te vinden in " Uit het dagelijks leven grgrepen".
Nadat Murphy mijn trip naar de Auvergne leukweg verkloot heeft, staat hij opnieuw voor de deur en leidt hij mij naar de spoedafdeling van Gasthuisberg.
Nadat ik donderdagnacht uit mijn slaap werd gehouden door buik- en lage rugpijn waar geen kruid tegen gewassen was – Dafalgan, Buscopan noch een warmwaterkruik hielpen ook maar enigszins, hoe lang ik het ook probeer vol te houden – contacteer ik de dokter van wacht op spoed. Als kankerpatiënt krijg je een kaartje met alle telefoonnummers van wie je wanneer kunt bereiken, een soort geruststellende handleiding voor wanneer het misloopt en je zelf niet meer weet wat verstandig is. Op zo'n moment ben je blij dat dat kaartje er is, al hoop je natuurlijk vooral dat je het nooit echt nodig zult hebben.
Op zijn advies stel ik de deadline op 3 uur, maar uiteindelijk val ik toch nog in slaap, uitgeput van het wachten en woelen. Vrijdag overdag heb ik geen last, dus denk ik: oké, misschien was het een eenmalige opstoot die vanzelf weer verdwenen is. Een vreemde geruststelling, want ergens blijft de twijfel toch knagen. Rond 11 uur ga ik naar bed en...
Daar is het weer, even genadeloos als de nacht voordien en zonder enige waarschuwing. Om 7 uur 's ochtends gooi ik de handdoek in de ring en vertrek ik naar spoed. Iemand moet helpen, want dit voelt niet meer als iets dat je gewoon even moet uitzitten. Te veel rode alarmbellen komen naar de oppervlakte en ik wil antwoorden, liefst snel en zonder nog een nacht af te wachten of mezelf wijs te maken dat het wel zal passeren. De grens van wat ik zelf nog kan relativeren, ben ik dan al lang voorbij.
Om 7.30 uur arriveer ik op spoed en daar schiet de pijn volledig door het dak. Na de eerste inschrijving mag ik naar wachtkamer C, waar de arts me zal komen halen. De pijn wordt hels en alles in mijn lichaam lijkt zich ertegen te verzetten. Ik kan niet zitten, amper lopen en vind geen enkele houding waarin het ook maar een beetje draaglijk wordt. Staan, leunen, voorzichtig een paar passen zetten: niets helpt echt en elke beweging lijkt de boel alleen maar erger te maken. De minuten in die wachtzaal voelen plots bijzonder lang.
Plots klinkt er een oproep door de wachtzaal: "De persoon met de grijze Volvo moet zijn of haar wagen naar de parking verplaatsen." Zo goed en zo kwaad als het gaat, strompel ik naar het onthaal, terwijl ik me vooral afvraag hoe ik die paar meter in godsnaam ga overbruggen.
"Moet ik mijn wagen echt verplaatsen?" vraag ik aan de onthaalmedewerker. "Ja, echt wel, het was even stil tussen ons beide, ik probeerde me op te laden om deze opdracht tot een goed einde te brengen en toch niet beginnen te schelden, de ervaring leert dat dit niet helpt integendeel. De verlossende woorden kwamen van zijn zijde: "Maar ik heb de indruk dat dat niet gaat lukken." "Nee," prevel ik, want al mijn energie gaat naar het onderdrukken van de pijn en rechtop blijven zonder door mijn knieën te zakken. "Oké, dan roep ik iemand van de bewaking om dat te doen." Een zorg minder, al voelt zelfs dat op dat moment als een complete administratieve marathon waarvoor ik eigenlijk geen gram energie meer over heb. Het is absurd hoe iets banaals als een auto verplaatsen op zo'n moment ineens een onoverkomelijk probleem wordt.
Ik voel mijn lontje met de minuut korter worden en krijg een bijna onbedwingbare drang om te schreeuwen: "Waar blijft die fucking dokter? Het is niet dat de wachtzaal hier vol zit, hé." Het lukt me nog net om dat niet te doen en te blijven geloven dat er een goede reden is waarom die dokter er nog niet is. Misschien is er ergens iets veel dringenders aan de hand, probeer ik mezelf voor te houden. Vanbinnen tel ik de minuten af, terwijl elke nieuwe minuut langer lijkt te duren dan de vorige en de pijn alle ruimte inneemt. Mijn wereld wordt heel klein: wachten, ademhalen, proberen niet te panikeren, de angst dat de kanker na alle goed nieuws shows dan toch beslist heeft de laatste eindspurt in te zetten wordt steeds groter, en hopen dat er snel iemand komt.
Een uur later verschijnt de dokter. Eindelijk beweegt er iets. Alleen al het feit dat iemand me komt halen, voelt op dat moment als een kleine overwinning. Ik ben vooral opgelucht dat ik niet langer alleen in die wachtzaal moet proberen vol te houden.
Eens bij de dokter is het alle hens aan dek. "Als je je pijn een cijfer moet geven tussen nul en tien, hoeveel zou dat dan zijn?" Het lijkt wel alsof ze even de kluts kwijt is als ik zeg 8 of 9 mogelijks zelfs 10. Ze begint rond te bellen op zoek naar hulp, maar dat blijkt niet zo evident op dat vroege uur, wanneer blijkbaar nog niet iedereen meteen beschikbaar is.
Er verschijnt iemand die, afgaand op zijn uniform, ambulancier is. Hij overschouwt snel de situatie en vraagt aan de dokter: "Hoe ver mag ik gaan?" "Zorg dat hij blijft ademen," antwoordt ze. Niet echt een boodschap die je wilt horen, dus prevel ik: "Het mag ook net iets meer zijn." Zelfs op dat moment blijft er blijkbaar nog net genoeg ruimte voor een flauwe opmerking, al is lachen eigenlijk het laatste waar ik zin in heb.
Als hij in mijn ambulance ligt, is het Fentanil en/of Tramadol. Dus: go. Ik ben op dat moment voor zowat alles te vinden als het de pijn maar doet zakken, al is het maar genoeg om opnieuw normaal te kunnen nadenken. Een beetje controle terugkrijgen over wat er in mijn lichaam gebeurt, lijkt dan al een luxe.
Er komt een verpleegkundige helpen om de pijnmedicatie toe te dienen, "waar mag ik je prikken?" vraagt ze, "ik heb een poortkatheder" antwoord ik, "ahhh, ok en welke maat van naald?" "dat moet jij weten, ik niet": blaf ik, het lontje is op. later blijkt dat er inderdaad verschillende maten van naalden zijn en dat ze op spoed niet de ervaring met poortkatheders hebben als in de dagkliniek. Het is haar bij deze vergeven.
Eens de medicatie toegediend lijkt het tijd voor een stevige spurt richting CT scan. Gelukkig lig in op een bed en moet ik dat spurtje dus zelf niet trekken.
Terug van de scan tovert de verpleegkundige een apparaat tevoorschijn dat later een mobiel echo apparaat blijkt te zijn.
"Heb je aandrang om te plassen?" vraagt hij, "op het CT scherm leek het alsof je blaas overvol zit". "Neen, ik moet niet plassen" zeg ik verbaast. het bleek dat er 760ml in mijn blaas aanwezig was. Voor mij betekende dat niets, vond alleen beetje raar dat ik dan toch niet moest plassen. Maar het onvermijdelijke was, 760ml en geen aandrang om te plassen betekent onverbiddelijk, een sonde. Zelfs de gedachten dat ze een buis doorheen mijn mannelijkheid, ok wordt niet alleen door dit stuk lichaam bepaald, maar toch, gingen steken onderging ik gedwee, de verdoving neemt blijkbaar niet alleen de pijn weg. En toen was het tijd om me te verplaatsen naar de volgende locatie, de wachtkamer van de spoed of iets dergelijks.
Het gordijntje gaat open en er verschijnt een verzorgende met een grote maatbeker in haar hand, ze kijkt me aan en zegt: "mijnheer Havaux, ik kom uwe zak leegmaken". Het schiet door mijn hoofd, woow dat is lang geleden dat een vrouw dat tegen me zei en eerlijk, is zelfs nooit gebeurd dat iemand die uitspraak deed. In andere omstandigheden zou ik hier een grappige opmerking over maken maar opnieuw, de verdoving neemt niet alleen de pijn weg, ik zwijg. Best wel een bizarre beleving om je urine te horen lopen alsof je aan een urinoir staat, maar je ligt in bed en doet juist niets. Wanneer ze rechtstaat is het even heel erg verschieten als ik de maatbeker is haar hand zie. Er blijkt zo'n 1.25 l in te zitten.
Er verschijnen twee groene figuren in mijn gordijnen kamer, neen echt, geen mars mannekes, zoals in mijn jeugd gezegd werd en neen ook niet de verdoving die me parten speelt. Ze stelt zich voor als arts uroloog en haar collega, arts in opleiding, het voordeel van een universitair ziekenhuis, je krijgt er twee voor de prijs van 1.
"Mijnheer Havaux, het goede nieuws is dat het een niersteen is en dat dit absoluut niets te maken heeft met je kanker. Het minder goede nieuws is dat we een hoge waarde van witte bloedlichamen in je bloed zien wat duid op een ontsteking maar die we niet zien op de CT scan. Door deze ontsteking kunnen we echter de steen nu niet verwijderen, we moeten eerst zicht krijgen op wat de ontsteking veroorzaakt. Maar als ik zie wat je vanochtend toegediend kreeg tegen de pijn vrees ik dat niets doen geen optie is want dan hang je straks terug tegen het plafond. Met jou toestemming kunnen we wel een stent zetten zodat de blokkade van de nier door de niersteen omzeilt wordt en dat het vocht toch uit de nier kan, we moeten hier ook niet voor te snijden we doen alles via de urinebuis." dat zou me dan gerust moeten stellen, dacht het niet, want na een buis doorheen mijn mannelijkheid gaan ze die zelfde weg ook nog gebruiken voor een operatie? Het lijkt me echt niet dat ik hierin een andere optie heb, terug de pijn van vanochtend is al helemaal geen optie. Dus dan maar die ingreep via een toegang die daar eigenlijk nooit voor ontworpen is.
Enige tijd later wordt ik dan naar het operatiekwartier gereden alwaar ik gevraagd wordt om plaats te nemen op de operatie tafel, mijn armen te spreiden die dan vastgemaakt worden, het lijkt wel of ik gekruisigd ga worden. Het zal wel aan mijn duistere geest liggen en dat in combinatie met de verdoving, ik krijg plots bizarre beelden in mijn hoofd. Straks zetten ze het kruis recht en komt de chirurg in een strak latex pak binnen en start de dominatrix sessie die dan opgenomen wordt om later dan te verspreiden/verkopen via het darkweb, made in de kelders van Gasthuisberg. Als dat maar goed komt.
"Mijnheer Havaux, wat is je geboortedatum? Aan welke nier moet je geopereerd worden. Links of rechts?" "25/02/65 en ze hebben een kruis gezet op mijn linkerhand, dus de linker nier" "Waar wil je geprikt worden voor de verdoving," "Ik heb een poortkatherder" " die kunnen we niet gebruiken". Alles wordt in gereedheid gebracht om rechts te prikken, een spanband tussen schouder en elleboog, teveel films maken dat ik denk, ahhh we gaan e shotje zetten. Vlak voor er geprikt wordt hoor ik commotie achter mij "mijnheer heeft een poortkatheder dus die gebruiken we, we gaan niet prikken." Wat later gaat het licht uit.
Als ik mijn ogen open zie ik een engel of is het een verpleegkundige? " Mijnheer Havaux, wil jij een waterijsje?" vraagt ze, dus ik ben braaf geweest veronderstel ik.
Mentaal ben ik bijna terug onderweg naar huis als er een jonge dame aan het voeteinde van mijn bed verschijnt met de woorden: "ik ga je naar je kamer brengen" " euhhh, ik ga toch terug naar huis" "mijn opdracht is om je naar je kamer te brengen, de uroloog zal daar langskomen en die beslist wat er verder gebeurt".
Het verdict later die dag luide, operatie succesvol, nu gaan we via een cultuur op zoek naar welke, nog niet gedocumenteerde immigranten de ontsteking veroorzaken en dat duurt 48u dus maandag ochtend weten we meer. Intussen wensen we jou een fijn verblijf in ons universitair resort met een all-in service. Ok, eerlijk dat laatste verstond ik tussen de regels maar het resultaat was hetzelfde, Maandag een update.
Het resort voelde eerder als Zombie Nation, waarbij de nachten gekenmerkt werden door ondragelijke pijn en slapeloosheid, rondstruinen op de gangen en nachtverpleegkundigen die alle registers optrokken om mijn nachten zo dragelijk mogelijk te maken, het bleek een oneerlijke strijdt die ze niet konden winnen. Als je dan uiteindelijk in de vroege ochtend toch in slaap valt vermoedelijk van totaal slaapgebrek, roept de plicht en routine dus maken ze u wakker om alles na te kijken. bloeddruk, temp, enz enz en wat later volgt de dame met het ontbijt. Tja, je kan het niemand kwalijk nemen dat ze hun werk doen.
Maandag voormiddag is het zover: "Mijnheer Havaux, we hebben de daders van de infectie en deze zijn alleen met de harde middelen te verwijderen. Het worden om te beginnen 5 dagen antibiotica intraveneus toegediend wat zoveel wil zeggen als uw verblijf in ons luxe resort dat voor mij eerder verlenging van Zombie Nation. Overdag een gewoon doodnormaal mens waar je niets aan ziet en eens de nacht echt valt en iedereen de slaap vat wordt mijn Zombie wakker om door de duistere gangen van Gasthuisberg te struinen wat eerder leek op kruipen op zoek naar pijnstillers, gelukkig zonder de bloeddorst.
Ondanks alle pogingen bleven de nachten eerder lijken op een verblijf in Zombie Nation en de deugddoende vakantie die ik gehoopt had was al lang een ver verleden.
Reactie plaatsen
Reacties