De Bron

Gepubliceerd op 14 juni 2026 om 17:19

Laatste dag van onze trip naar de Ardèche gingen we op zoek naar de bron van de Loire.

Tijdens de "afterparty" bij Olivier thuis, in de tuin, hadden we een tip gekregen van de locals: het was absoluut de moeite waard om, voor we terug huiswaarts keerden, een bezoek te brengen aan de bron van de Loire.

Dus genoten we zondagochtend van een fijn ontbijt om daarna op weg te gaan naar de befaamde bron van de Loire.

Diederd, Maurice en Roel zouden van daaruit later die dag al terug huiswaarts keren.

Niet goed wetend wat we van de wandeling moesten verwachten, gingen we op pad. Bewust of niet, maar iedere keer als ik wat meer informatie vroeg over de wandeling, kreeg ik hetzelfde antwoord: "Ik weet het niet. We zullen ter plaatse wel zien."

Vroeger — en dat is eigenlijk nog niet eens zo lang geleden — zou ik die vraag zelfs nooit gesteld hebben. en was het eerder we zien wel. 
Ik liet het gewoon op me afkomen. Genieten van het onbekende. Want tja, 40 kilometer of de beklimming van de Mount Everest zou het nu ook weer niet zijn 

Sinds de diagnose en het moment waarop ik opnieuw in beweging wilde komen, blijkt die informatie voor mij plots wél belangrijk.
Hoe ver gaat het zijn?
Is het vlak?
Is het de hele tijd midden in de natuur en dus zonder sanitaire voorzieningen?

Maar Wim, zullen sommige mensen denken en zeggen: "Je kan toch in de natuur naar het toilet?"
Vroeger wel.
Nu niet meer.

Je wil niet weten — en ik weet het zelf ook niet exact — wat er allemaal in mijn stoelgang en urine zit. Maar één ding is zeker en waarneembaar: resten van de chemo en de doelgerichte therapie. Een bezoek aan het toilet is soms als het openen van een chemische fabriek. De geur is onmiskenbaar. Keerzijde van de medaille, de originele geur van een wind of hoor ik te zeggen flatulatie, wordt hierdoor gecamoufleerd.
En ja, als ik het kan vermijden, laat ik dat liever niet zomaar in de natuur achter. Dat lijkt me gewoon onverantwoord.

Dus rijden we verder, genietend van de mooie natuur en van de fijne babbel met Roel.

Uiteindelijk komen we aan op de parking van deze toeristische trekpleister: de bron van de Loire.

Boven op een plateau krijgen we een weids uitzicht over de omgeving. Maar ook over wat men hier de "wandeling" noemt.
Laat ons eerlijk zijn: het kan beter omschreven worden als een steile klim naar het hoogste punt.

Mijn allereerste, tweede én derde gedachten waren:

"No way."

Deze beker laat ik vlotjes aan mij voorbijgaan. Zij mogen dat zeker doen, maar het zal zonder mij zijn.
Voor ze aan de klim beginnen, is er eerst duidelijk nood — of eerder goesting — aan een koffie op het terras. Aansluitend brengen we een bezoekje aan de voormalige schuur, die nu dienstdoet als souvenirshop van de oorspronkelijke boerderij.
Aan de ingang van de schuur komt een buis uit de muur waaruit water stroomt. Het water vult een grote drinkbak, die op haar beurt overloopt. Zo ontstaat een klein, miezerig stroompje.

Dat stroompje wordt uiteindelijk de grote rivier de Loire. De Loire, die op haar beurt haar naam geeft aan de Loirewijnen en de kastelen van de Loire en de regio.

Op zich is het aan de ene kant wat teleurstellend.
Maar aan de andere kant ook wel indrukwekkend.

Dat zoiets kleins uiteindelijk zoiets groots kan worden.

We blijven nog wat hangen, maar ondertussen zie ik de anderen al richting de start van de klim bewegen.

En daar staat hij dan.

Niet meer als een wandeling op een toeristische folder, die ik misschien gelukkig vooraf niet gezien heb, maar gewoon recht voor mijn neus: een steile klim naar boven.

En plots is het niet langer een theoretische vraag hoe zwaar die wandeling zou zijn.

Nu moet ik beslissen.

Ga ik of ga ik niet?

Heel even wint de twijfel het van de goesting.

Want ik weet ondertussen dat mijn lichaam niet meer doet wat het vroeger zonder nadenken deed. Ik weet ook dat een wandeling van een paar kilometer vandaag iets helemaal anders kan betekenen dan een paar maanden geleden.

Maar tegelijk voel ik ook iets anders.

Een soort koppigheid.

De klim ligt daar. Mijn vrienden staan klaar. En ergens in mijn hoofd hoor ik mezelf denken:

"Komaan Wim. Probeer het gewoon."

Twee dingen doen de balans uiteindelijk doorslaan naar "gaan".
Ten eerste: de vorige twee wandelingen waren eigenlijk best goed gelukt.
Ten tweede: de vrienden die mee de beklimming zouden doen.

En terwijl ik dit nu schrijf, komt er plots een derde reden bovendrijven:

de aard van het beestje.

De uitdaging niet uit de weg gaan die nodig is om mezelf fysiek en ook mentaal opnieuw wat meer op de kaart te zetten.

Opnieuw kunnen genieten van wandelingen. Van de schoonheid van de natuur. Ik vermoed dat het uitzicht daarboven geweldig moet zijn.

En eerlijk?

Ook om mezelf, maar misschien ook een beetje de buitenwereld, te tonen:

Verdoemme, ik ben dan wel ongeneeslijk ziek, maar ik ga niet wegkruipen in een hoekje om daar mijn laatste dagen, weken en hopelijk nog enkele jaren door te brengen.

En ja, ik besef ook ten volle dat het helpt dat ik relatief weinig last heb van de behandeling.

Maar voor alle duidelijkheid: de behandeling is ook weer geen wandeling door het park.

Dus zolang ik het kan, wil ik in alle positiviteit door het leven gaan en genieten van de tijd die me nog rest.

Daar gaan we dan.

Met één belangrijke optie achter de hand: als het echt niet lukt, kan ik altijd rechtsomkeer maken. De eerste meters voelen meteen dat dit geen gewone wandeling wordt.
De klim is best pittig.

Op sommige momenten is het behoorlijk lastig en gaat het zelfs op handen en voeten.
Best confronterend, want het gaat allemaal niet zo vlot als een tijd geleden.
Maar tegelijk ben ik ook blij.
Want het gaat véél vlotter dan een paar maanden geleden, toen ik amper 500 meter kon stappen voordat ik moest rusten.

De hele tijd blijft Marc, een collega en vriend, in mijn buurt.

Gewoon in de modus:

"We doen dit samen."

Dan komt Roel erbij: "Wim, ik ben boven geweest en heb van het uitzicht genoten. Mocht je overwegen om terug te gaan, dan kan ik met je mee."

Hell no.

Ik ben nu zover. En nu is het tot de top.

En de top wordt het.

Wooow.

Weer een nieuwe mijlpaal.

Het gevoel is moeilijk te omschrijven, dus hou ik het maar op:

een mix van emoties en euforie.

De top bereiken, met een team van vrienden om me heen.
Dankbaar voor de support.

Samen dalen we weer af en genieten we van een geweldige late lunch. Daarna nemen we afscheid van de drie die al richting België vertrekken.

Het einde van een geweldige trip nadert.

Niets aan te doen.

Maar zoals het cliché luidt: Dit pakken ze me niet meer af.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.