De nabije toekomst zag er mooi uit, een maand pauze in de wekelijkse bezoeken dagzaal oncologie, een trip naar Lamourette in de Auvergne en in mijn hoofd bruist het van de ideeën voor een fotoreeks "zelfportretten met nen hoek af. Maar waar is Murphy?
Tijd voor een uitstap
Op donderdag 18 juni om 15.30 uur was er opnieuw een afspraak met de oncologen om terug te blikken op de voorbije drie maanden.
Opnieuw geweldig nieuws: de resultaten zijn zeer goed.
Ik heb twee, voor mij belangrijke, vragen:
Hoe kijken jullie naar een voorzichtige terugkeer naar de werkvloer?
En: is het een optie om even een pauze in te lassen?
De supervisor verschijnt ten tonele om die vragen te beantwoorden.
Vraag 1:
“Mijnheer Havaux, voor alle duidelijkheid: u bent legaal voor de rest van uw leven in ziekteverlof. Waarom zou u dan nog gaan werken?”
Omdat ik mijn job altijd met passie heb gedaan. Het geeft me ook meer zingeving, of zoiets.
“Oké, maar doe dan alleen die dingen die je energie geven.”
Vraag 2:
“Wat voor pauze had je in gedachten?”
“Tot ongeveer eind juli,” zeg ik toch wat voorzichtig.
“Oké, deal,” is het vlotte antwoord. “Dan maken we eind juli een nieuwe scan, zodat we niet blind heropstarten.”
Toch fantastisch hoe ze, waar mogelijk, steeds kiezen voor levenskwaliteit in combinatie met een zo lang mogelijk leven.
Dus: tijd om een uitstap te organiseren.
De komende dagen vulden zich deels met het bekijken van mogelijke opties. Het voelde heerlijk om te kunnen plannen zonder het perspectief van: ik moet volgende vrijdag terug zijn. Of: vrijdag krijg ik chemo, dus zondag moet mijn Take-Away worden losgekoppeld en volgt er misschien een dip van twee dagen.
Niet ideaal om te reizen.
Het werd een bezoek aan Bart in Lamourette, een klein gehucht in de Auvergne. Bart en Carolien, goede vrienden, hebben daar een tweede verblijf.
Een vooruitzicht waar ik helemaal warm van werd: Het zonnige Lamourette, fijne babbels met Bart en het feit dat hij ook nog eens een geweldige kok is — meer dan een kers op de taart. En dit alles combineren met een andere passie: fotografie.
Het plan
-
Een auto huren. Na wat zoeken vond ik een zeer goede deal. Uiteindelijk even duur, of zelfs goedkoper, dan de trein of het vliegtuig. Bovendien geeft een wagen:
a. meer vrijheid en flexibiliteit;
b. de mogelijkheid om gemakkelijk een hoop props — lees: attributen — mee te nemen voor de fotoreeks die ik in mijn hoofd had: zelfportretten met nen hoek af. -
Zondag de wagen ophalen en inladen, om vervolgens rustig in de namiddag te vertrekken.
-
De rit over twee dagen plannen, omdat ik niet wist wat die lange reis met me zou doen.
Het was opnieuw iets nieuws dat ik zou schilderden op mijn nog redelijk maagdelijke “canvas van het leven”.
Wat zou zo’n lange rit met me doen? Zou ik niet te moe zijn? Wat met mogelijke opstoten van pijn of darmproblemen?
Veel vragen en onzekerheden.
Maar in mijn optiek hoort dat nu eenmaal bij de keuze die ik sinds de diagnose steeds opnieuw maak: leven, niet wegkruipen en nieuwe avonturen aangaan.
De enige wijze les die ik van mijn leraar scheikunde leerde, is: “Een experiment is pas mislukt als je er geen lessen uit kunt trekken.”
Later evolueerde dat naar wat Nietzsche zei: “What doesn't kill you, makes you stronger.”
Zien wat er gebeurt. Lukt het niet, dan is dat jammer. Maar dan heb ik het op zijn minst een serieuze kans gegeven.
Misschien een wat vreemde uitspraak van iemand die ongeneeslijk ziek is. Maar zeker sinds de diagnose geloof ik steeds meer in:
“Pijn is tijdelijk, opgeven is voor altijd.”
Een uitspraak die maar al te waar is. Als je opgeeft en niet meer vecht, ben je een vogel voor de kat.
Een andere boeiende metafoor kreeg ik van een deelneemster aan het einde van een driedaagse Train the Trainer:
“Een samoerai is ervan overtuigd dat hij pas een goed gevecht kan leveren als hij bereid is te sterven.”
Ik ben dus ook gestopt met het concept: “Ik ben ongeneeslijk ziek en de prognose is gemiddeld 36 maanden.”
Ik leef, elke dag, elke week, elke maand, elk jaar is een extra cadeau.
Ik besef ten volle dat het misschien lijkt alsof ik gemakkelijk praten heb, aangezien ik blijkbaar goed reageer op de behandeling. Toch geloof ik dat je, hoe moeilijk het soms ook is, voor een groot deel zelf de regie in handen hebt.
Uiteraard met de stevige ondersteuning van Team Digestieve Oncologie.
Zondag 5 juli
Op tijd uit bed en op weg naar de luchthaven om de wagen op te halen.
Na een kleine zoektocht naar de car rental kom ik aan bij Alamo, waar ik mijn wagen heb gereserveerd.
De papieren worden in orde gebracht.
Daar is Murphy voor de eerste keer.
De waarborg moet met een creditcard gebeuren.
Geen probleem, denk ik: ik heb er eentje. Weliswaar een prepaid creditcard, maar met voldoende euro’s erop.
Het apparaat weigert de kaart. Het moet een creditcard zijn.
Tot mijn verbazing blijkt een prepaid creditcard geen creditcard, maar een debetkaart te zijn.
Bummer van formaat.
Dus terug naar huis en een oplossing zoeken.
Die werd uiteindelijk gevonden bij de jongste zus.
Dus: wel een wagen, maar naar mijn gevoel te laat om nog te vertrekken. Ik laad de wagen alvast met de minst kostbare spullen. De camera-apparatuur moet tot morgen wachten.
Maandag 6 juli
Het was een korte nacht, gezien de darmen naar mijn gevoel weer van die nachtelijke activiteit vertoond hadden.
Dus werd het een early bird.
Ochtendstond heeft goud in de mond, hoewel het toch anders proeft na een korte bijna slapeloze nacht. Maar niet getreurd we gaan op reis.
Auto verder ingeladen en daar gaan we dan.
Waze ingesteld om naar Troyes te rijden, met de opties:
-
vermijd autostrades;
-
vermijd tolwegen.
Ik heb het altijd leuker gevonden om niet de snelste weg te nemen, maar de weg die je het meeste het gevoel geeft van het onderweg zijn. Een weg die veel afwisseling geeft, met steeds veranderende landschappen: natuur, kleine en grotere dorpen, en bij momenten een reis doorheen de tijd, heerlijk toch.
Waar ik niet direct bij had stilgestaan: de voorzieningen langs deze landelijke wegen zijn aanzienlijk minder tot ronduit onbestaand.
Geen sanitaire voorzieningen.
En winkels zijn er ook geweldig schaars.
Eens Leuven voorbij is de nood aan sanitair omni-present. Maar waar ga ik dat vinden? Toevallig weet ik dat er aan het rondpunt in Waver een Decathlon is en die hebben sanitaire voorzieningen.
Die was dus meer dan welkom.
Parking op, wachten tot de winkel opengaat en nadien toch nog even een stevige powernap alvorens de trip verder te zetten.
Hoewel het genieten was van de eindeloze graanvelden die als gouden lappendekens het landschap bepalen, hier en daar afgewisseld met groene tapijten maïs en wat verder velden met zonnebloemen, dwingt de realiteit me op een bepaald moment om de opties in Waze aan te passen.
Toch maar snelwegen. Met hun sanitaire infrastructuur.
Troyes komt in zicht en daarmee ook het aangepaste einddoel van dag één, eigenlijk had ik hier gisteren moeten zijn.
Toch ben ik blij dat ik voor alle zekerheid voor twee nachten had geboekt.
Aan de check-in wordt alles vlot afgehandeld.
“Dit is je sleutel voor je kamer en deze badge moet je gebruiken als je na 19 uur het hotel wil betreden.”
De uitgebreide douche is genieten. nadien een dutje²,de rit en de korte nacht hebben toch wat sporen nagelaten die we dan maar vlotjes wegwerken.
Tijd om even de stad in te trekken, op zoek naar een leuk terras met bij voorkeur lekker eten.
21.15 uur
Ik arriveer terug aan het hotel.
Samen met Murphy.
De badge om het hotel te betreden werkt niet.
Geen nood, er is een noodnummer.
Gelukkig ligt mijn gsm niet bij de rest van mijn spullen op de kamer.
Dus kunnen we het noodnummer bellen en Murphy omzeilen.
“Ce numéro est actuellement indisponible.”
Murphy kijkt me aan met een speelse glimlach en een knipoog om me duidelijk te maken: I’m still in control, my friend.
Het enige dat ik bij me heb, een fles frisdrank, mijn portefeuille, gsm en de kleding die ik aanheb.
Hoe gaan we de nacht doorkomen?
En vooral: hoe geraak ik die Murphy nu eens kwijt? Zijn er geen andere mensen die hij kan gaan dwarsbomen?
De redding bestaat uit twee dames die ook in het hotel moeten zijn en die duidelijk in het bezit zijn van een werkende badge.
Oké, weer even Murphy omzeild.
Maar wat heeft hij nog zoal in petto?
Het duurt niet lang of het wordt helder.
Actieve darmen.
Gelukkig heb ik de medicatie op de kamer.
Maar de warmwaterkruik ligt nog in de wagen en die kan ik niet gaan halen, want eens buiten is de kans klein dat ik ook terug binnen geraak.
Het wordt dus Buscopan en Dafalgan, met de plastic stoel in de douche en de warmwaterkraan open.
Murphy heeft weer een punt gescoord.
Na het heerlijke ontbijt gaat het richting het finale einddoel: Bart in Lamourette.
De lessen van de vorige rit in gedachten blijft de optie snelwegen en tolwegen geactiveerd.
Na een mooie rit, zonder de noodzaak van sanitair, rijd ik rond 14 uur Lamourette binnen.
Een warm welkom met een fris Duveltje, een gezellige babbel en lekker eten met zicht op de landelijke omgeving.
Woensdag wordt het een scouting van locaties en de eerste pogingen om beelden te maken voor het project “Zelfportret met nen hoek af”.
Na een niet-vlekkeloze nacht ben ik niet meer verbaasd dat Murphy mee aan de ontbijttafel zit om doodleuk aan te kondigen dat de dag niet zal doorgaan zoals gepland.
Bart voelt zich slecht.
Wat zich de dag nadien verderzet met de melding dat hij terug naar Antwerpen gaat om zijn huisarts te raadplegen.
Er rest mij dus, van heel het geweldige plan, maar één ding: Mijn wagen terug inladen en gewoon huiswaarts keren.
Tot zover de geweldige vakantie!
Het was balen. Maar dan ook echt balen.
Als Murphy fysiek in den auto had gezeten, had ik hem op het snelste punt eruit gesjot.
Maar alleen in de wagen, dus de emoties mogen vrij hun weg gaan.
Wel steeds alert voor wat Murphy nog in zijn mouw zitten heeft.
Maar niets van dat alles.
Het werd een vlotte rit naar huis, met enkel een nostalgische stop aan de Faisanderie, plek in het bos van Fontainebleau vlak bij de Insead parking.
Ontelbare keren gepasseerd en de plaats waar ik meestal kennismaakte met de deelnemers van het Insead programma en hen mijn eerste opdracht voorschotelde.
De stille hoop om toch nog eens hier aan de slag te kunnen gaan.
We zien wel.
Inkopen in de Delhaize en mezelf trakteren op goed eten en een lekker wijntje. Kwestie van er toch nog een beetje vakantiegevoel aan over te houden.
Later blijkt dat dit een stille voorbode was van het finale eindspel van Murphy.
En deze keer zal hij alle registers opentrekken.
Een tip van Murphy’s eindspel:
locatie, een alom gekende berg in het Leuvense.
En het is niet de Kesselberg.
.
Reactie plaatsen
Reacties